Recensie

Elisabeth: Je zonder gàªne laten verwennen!

De Live Entertainment Foundation, Musical van Vlaanderen, Music Hall...? Je raakt snel de weg kwijt, maar Geert Allaert presenteert ons een nieuwe grootse musical op de planken van de Stadsschouwburg Antwerpen. Elisabeth is gearriveerd.

Het ware verhaal van Sissi, oftewel Elisabeth: Keizerin van Oostenrijk. In het Dodenrijk wordt Luigi Lucheni verhoord. Waarom heeft hij Keizerin Elisabeth vermoord? Zijn simpele antwoord luid: ‘Omdat ze het wilde’. Al van kinds af aan is de Dood geïntrigeerd door Elisabeth wanneer hij haar na een val van een trapeze veilig terugbrengt naar bed. Elisabeth is op haar beurt betovert door deze ‘zwarte Prins’. Lucheni neemt ons mee door het verhaal van Elisabeth en toont ons een leven dat niet zo rooskleurig is als je zou verwachten. We zien hoe de Dood iedereen om Elisabeth heen gebruikt als pion om zijn doel te bereiken.

Bijna zeventien jaar geleden ging de musical in wereldpremière in Wenen. De musical, met de Nederlandse Pia Douwes in de hoofdrol, was een grote hit. Sindsdien speelde de musical in vele andere landen, maar boekte vooral grote successen Japan en Duitsland. De ontwikkeling van de musical heeft nooit stilgestaan. Bij elke nieuwe productie werd er gesleuteld aan het materiaal tot wat het nu is. De voorstelling die nu in België te zien is komt van de Berlijnse tourproductie die daar vorig jaar in première ging.

Voor deze productie werd de oorspronkelijk regisseur Harry Kupfer aangetrokken. Ook de oorspronkelijk decorontwerper (Hans Schavernoch) en choreograaf (Dennis Callahan) waren weer betrokken. In plaats van de grootse voorstelling die destijds in Wenen was te zien werd dit een compactere productie. Zo wordt er gewerkt met een groot projectiescherm. Projecties zien we de laatste jaren veel terugkomen in de vormgeving van musicals. Nog even en we zitten in de bioscoop. De projecties zijn voornamelijk figuratief bedoeld, want echt iets toevoegen doen ze niet. Ook de brug waarlangs de Dood zijn opkomst maakt is nog aanwezig in deze productie. Vreemd is wel dat niet alleen de Dood, maar ook Lucheni, Elisabeth en Frans Joseph gebruik maken van deze brug naar het rijk van de Dood.

Kupfer’s nieuwe regie van Elisabeth maakt een soort poppenkast van de voorstelling. De acteurs lijken in de huppelende choreografieën als marionetten aan touwtjes. Tegen deze achtergrond wordt het verhaal van Elisabeth wel helder verteld. Ondanks dat er een aantal aparte dingen gebeuren in deze regie wordt er prachtig gespeeld door de Vlaams/Duitse sterrencast. Ook de grote dansscènes zoals de opening, de finale en het indrukwekkende ‘Haat’ zijn dik in orde.

Hét Vlaamse musicaltalent is natuurlijk Ann van de Broeck, wat heeft zij nou nog niet gespeeld? We hebben dan ook al veel van haar gezien, maar als Elisabeth straalt ze als nooit tevoren. Ze is geloofwaardig als jong meisje, maar ook als de oude Elisabeth. De hele zaal leek op het puntje van z’n stoel te zitten aan het einde van ‘Mijn leven is van mij’, wachtend op die noot waarop een groot, verdiend applaus volgde. Jan Schepens laat zich heerlijk gaan als Lucheni, maar lijkt vocaal vermoeid. Niet alle noten komen er even lekker uit als we van hem gewend zijn. In de rol van Frans Joseph maakt Guido Gottenbos zijn opwachting in zijn eerste hoofdrol. De man die oprecht verlangd naar de liefde van zijn vrouw. Vooral het duet ‘Schepen in de nacht’ tussen Elisabeth en Frans Joseph is een waar kippenvel moment. Men noemt haar ‘De Koningin van de Vlaamse musical’ oftewel Anne Mie Gils, ze neemt de rol van Aartshertogin Sophie op zich. De rol van ‘slechterik’ ligt haar wel, maar het is vooral tijdens het nummer ‘Bellaria’ dat Anne Mie indruk maakt als we eindelijk de echte vrouw achter de faà§ade zien.

‘De Dood is nen duitser’ haalt Geert Allaert aan in het programma van de musical, waarin hij vind dat als Hans Peter Janssen Jean Valjean mag spelen op West End dat ook een Oostenrijker in Antwerpen een hoofdrol mag spelen. Daarin heeft hij natuurlijk een punt. Hij verwees echter niet naar het feit dat titelrol van Elisabeth in Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland altijd door een Nederlandse/Vlaamse werd gespeeld, dat had z’n argument misschien krachtiger gemaakt. Hij probeerde zich waarschijnlijk te verdedigen naar aanleiding van de ‘open brief’ die Vera Mann enige tijd geleden schreef waarin ze duidelijk vertelde wat ze vond van deze zet.

Oliver Arno is zeker een intrigerende persoon op het podium met een goede stem. Je kunt het het publiek niet kwalijk nemen dat men let op het accent, want het is wel degelijk aanwezig. Mij bekroop vooral het gevoel dat ik de Duitse interpretatie van de tekst zeg, maar dan met de Nederlandse woorden er op. Dat maakte het soms erg vreemd. In de langzame stukken gaat het allemaal prima, maar wanneer het tempo versnelt wordt het lastig om hem te blijven verstaan. Wanneer je Oliver zou zien als de Dood in Duitsland, in zijn eigen taal, heb je waarschijnlijk een weergaloze voorstelling, hier was het allemaal wat voorzichtig en terughoudend. Zijn Duitse collega Thomas Hohler, die de rol van Rudolf speelt, lijkt minder moeite te hebben met de taal, zijn grote solo ‘Was ik jouw spiegel maar’ was erg sterk, alleen bij het duet tussen de Dood en Rudolf ‘Er valt een zwarte schaduw’ lijkt Thomas moeite hebben. Ook ik had liever een volledig Vlaamse cast gezien, maar deze heren zijn niet de eerste de beste.

Deze voorstelling geeft een totaal andere visie op Elisabeth dan de musical die tien jaar geleden in Scheveningen te zien was. Voor wie de musical niet kent, is het een kennismaking met een van de meest succesvolle Europese musicals ooit en voor kenners van de Nederlandse versie een hernieuwde kennismaking.

Met slechts twee try outs is deze première met recht succesvol te noemen. Op dit moment zijn er tickets beschikbaar tot en met 19 april 2009. Of de musical daarna nog verlengd zal worden is niet bekend.

22 March 2009
Première
Antwerpen
Stadsschouwburg Antwerpen
http://www.musichall.be
Elisabeth, Oostenrijk, Keizerin, Frans Joseph, Sophie, Ann van den Broeck, Oliver Arno, Anne Mie Gils, Guido Gottenbos, Jan Schepens, Music Hall, Live Entertainment Foundation, LEF, Harry Kupfer, Sylvester Levay, Michael Kunze