Alex Klaasen speelt Jasper, een man van 49 met Autisme Spectrum Stoornis. Als zijn moeder plotseling komt te overlijden, ontfermt zijn broer Willem zich over hem. Jasper was tot dan toe namelijk erg aan zijn moeder gehecht. Sterker nog, Jasper kan niet eens een ei bakker zonder zijn moeder. Willem zet een heel project op om Jasper te verzelfstandigen: een nieuwe garderobe, hulp bij solliciteren, speeddaten.
Eigenlijk is deze synopsis verre van nodig. Stoornis of my life begint met een keurige uiteenzetting van wat het publiek kan verwachten: een hoofdpersonage, een heftige gebeurtenis, een ikwil-lied op een derde, dreigende chaos aan het eind van akte 1. Niet eens alleen in de inleiding, maar voortdurend stapt Jasper uit zijn eigen verhaal om ons uit te leggen hoe het verhaal zal verlopen. Zou moeten verlopen, want Jasper houdt van structuur en omdat zijn favoriete genre de musical aardig wat strakke wetten hanteert, past hij zijn levensverloop in de mal van de traditionele musical.

Een ongekend slimme, misschien wel geniale vondst van Alex Klaasen om autisme en musical over elkaar te leggen. De musicalliefhebbers in de zaal hebben dan weinig reden meer om mensen met autisme moeilijk of raar te vinden en staan open voor de bij vlagen adembenemende redeneringen van Jasper.
In een musical staat naast de hoofdpersonen ook een aantal bijfiguren. Jasper leeft samen met vier andere autisten in een woongroep. Handig, want zo kan Klaasen laten zien dat geen enkele autist dezelfde is. In die groep springt vooral cabaretier Martijn Kardol eruit. Zijn Remco is hypergevoelig voor luide geluiden. Het is prachtig om te zien hoe Kardol zijn weinig succesvolle mondelinge en fysieke verzet gestalte geeft. Kardol debuteerde twee jaar geleden in de musical Ver van je bed, maar in deze voorstelling bevestigt hij met verve dat hij een aanwinst is voor de Nederlandse musical.
Ook gevestigde namen bewijzen zich in Stoornis of my life. Jim Bakkum laat zien hoe enorm hij als spelacteur gegroeid is. Onmiddellijk stoppen met die Hollandse romcoms. Kim-Lian van der Meij heeft twaalf jaar gewacht na haar laatste musical Shrek om terug te keren. Haar keus om met Alex Klaasen samen te werken is een schot in de roos. Haar comeback verplettert.

Helaas bevindt zich niet alles op dit allerhoogste niveau. Zo krijgen de bijfiguren te veel spreektijd – en zangtijd – waardoor de voorstelling gaandeweg aan stoom inboet. En zijn er verkleedpartijen (de zuurdesembroodjes en de bruiloft met de horrordresscode) die misschien dan wel gehoorzamen aan de traditie van Beauty and the Beast en The Book of Mormon, maar nogal flauw zijn.
En toch verdient Alex Klaasen een voetstuk. Hij heeft naast een briljante verhandeling over autisme ook een ontroerende liefdesverklaring geschreven aan het musicalgenre. Het resultaat is de beste Nederlandse musical van het jaar. Je zou bijna hopen dat Klaasen zijn verworpen musical alsnog uit de shredder haalt. Daar moet toch ook veel te genieten aan zijn.
foto’s: Bram Willems