The Who’s Tommy in Joure

Artikel: Recensie
Voorstelling: Première
Datum: 13-09-2018
Theater: Park Herema State
Lokatie: Joure
Website: https://www.rockoperatommyjoure.nl/
Auteur: Jeroen

De rockopera Tommy in het Fries. Daarvoor is Joure dit weekend 'the place to be'. Professionals en amateurs zorgen voor een heerlijke rockshow, met Theun Plantinga in de titelrol.

Drie voorstellingen, en alledrie volledig uitverkocht. De rockopera Tommy leeft in Joure. Een project, dat eerder niet kon doorgaan door een gebrek in de financiering, lift nu mee op de cultuurexplosie, die Leeuwarden als culturele hoofdstad 2018 veroorzaakt. Het is goed nieuws, zeker voor de liefhebben van muziektheater in het Noorden des lands. Zo veel regionale producties zijn er niet, en al helemaal niet in de Friese taal. Dat zo’n project gaat leven, blijkt wel uit de vele etalages in de winkelstraat van Joure, die voor een flink deel een Tommy-thema hebben en de flinke tribunes, die deze eerste voorstelling al uitpuilen.
Tommy is natuurlijk een voorstelling op basis van het conceptalbum van the Who. Zoals vele van dit soort albums vergt het verhaal nogal wat van je fantasie. Het verhaal is namelijk niet bepaald alledaags.  Als Hollander is het lastig te bepalen in hoeverre de tekst in deze versie echt duidelijk is. Gesproken teksten in het Fries zijn, mede door de bijbehorende lichaamstaal, nog wel grotendeels te volgen. Bij de zang wordt dat tamelijk lastig. Het antwoord op de vraag of Peter Sijbenga goed werk heeft afgeleverd moet ik het antwoord schuldig blijven. Zo te horen is Pinball Wizard wel op dezelfde manier hertaald als Jan Rot het deed met Koning Flipper, Flipper kening.

Het verhaal is naar het heden gehaald, en speelt zich ook af in Friesland. In dit geval is Tommy de zoon van een man die een missie in Joegoslavië gaat doen. Hij komt getraumatiseerd terug, en kan moeilijk aarden in het gezinnetje met zijn vrouw en pasgeboren zoon Tommy. Als zij een verhouding krijgt met een andere man, schiet hij hem dood. Tommy ziet het gebeuren, en wordt door zijn vader gemaand te zwijgen. Niets gezien, niets gehoord, geen woord. En Tommy zwijgt, en blijft zwijgen, en groeit op, zonder zich om de wereld om zich heen te bekommeren. Tot wanhoop van zijn ouders, die van alles proberen, en tot mikpunt van ellende van anderen om hem heen. Als hij blijkt een uitmuntend flipperaar te zijn groeit er hoop, dat er misschien toch nog iets in Tommy zit.

Het kleine podium in park Herema State heeft een enorme uitbreiding gekregen, met een soort catwalk naar voren, en verlengingen aan beide zijkanten. Boven die zijkanten zijn enorme projectieschermen, waarop met simpele animaties de plaats van handeling, of soms de omstandigheden worden verhelderd. Hier en daar zitten er een rare beweging in, die grappig overkomt, maar ook wat kan afleiden, zoals een katje dat in een plant springt. Het orkest, bestaande uit een lokale band (8501INDIE), en bigband (Cue) speelt de rockmuziek uitstekend, en vormt hiermee de solide basis die een rock opera nodig heeft.  De ruimte wordt goed benut, en speciale effecten zijn nauwelijks nodig. Natuurlijk, als de Acid Queen (Tripgoadin) verschijnt, is dat wel in een wolk van rook, horend bij een rock diva.
De uitvoerenden zijn een mix van professionals en amateurs, en pakt goed uit. Niet iedereen is een uitmuntend zanger, maar de uitvoeringen zijn toch minimaal degelijk, en soms echt goed. Theun Plantinga heeft in de hoogte niet het schelle geluid van Roger Daltrey, maar geeft de songs in de hoogte toch wat meer warmte mee. Met hulp van zijn hagelwitte outfit weet hij de jongen, die niet op deze wereld leeft, uitstekend te vertolken. Ook de rollen van zijn ouders (Lianne Zandsta en Wybo Smits) worden goed gespeeld, met als logisch gevolg dat je voor de moeder wel enige sympathie kunt opbrengen, en voor de vader, die toch vooral met zichzelf en zijn demonen bezig is, een stuk minder. Die antipathie geldt nog erger voor de slechteriken van het stuk, neef Herman en omke Herre (Bert Steeman en Leo Boermans). Het koor zorgt voor een uitstekende vocale ondersteuning, en een dansgroep van drie jongemannen voor de visuele. Hoewel de bewegingen op zich niet altijd even goed te plaatsen zijn in de context van de voorstelling, worden ze goed uitgevoerd en is het aangenaam om naar te kijken.

Met voornamelijk publiek uit Joure en omgeving ben ik wel enigszins verrast door hoe het er bij aanvang aan toe gaat. Als de symbolische deuren worden geopend. Waar mensen eerst keurig in een rij stonden te wachten, (maar mensen al wel ineens halverwege een tweede rij vormden), stormt iedereen ineens naar voren. Kennelijk is de Engelse discipline die ik van een kleine gemeenschap verwacht ook in deze tijd niet meer van toepassing.
Wie al kaarten heeft, en de komende voorstellingen bezoekt, doet er goed aan een comfortabel zitkussentje mee te nemen. Ruim 100 minuten achtereen op de houten bank is namelijk wel een opgave. Kies er wel één de niet té groot is: het is deze avond namelijk wel de bedoeling om knus tegen elkaar te zitten.

Het is jammer dat projecten als deze zo veel moeite kosten om op te zetten. Want wie erbij was zal beamen: dit smaakt naar meer. Dus al wie de moed heeft om een dergelijke voorstelling op te zetten; geeft vooral niet op. Hopelijk is er dan niet weer eerst een Nederlandse culturele Europese hoofdstad voor nodig.


Foto’s slotapplaus volgen morgen.



Fotos

(foto's zijn te vergroten door ze aan te klikken)