⭐ ⭐ ⭐ 1/2
1970. De gepokte en gemazelde Huub Vinckers (Huub Stapel op dreef) wil er maar niet aan dat vandaag de mijnen voor altijd zullen sluiten. Zijn kleinzoon Sjefke (Christopher Hatton) probeert Huub met man en macht ervan te overtuigen om die laatste dag persoonlijk te maken. Maar Huub is te verbitterd, men heeft hem en al zijn collega’s bedrogen. Vervolgens gaan Huub en Sjefke terug in de tijd en beleven wij alle fasen van de geschiedenis van de Limburgse mijnindustrie. Vanaf het prille, enthousiaste begin in 1915 tot aan de desastreuze teloorgang in de jaren 70. Tussenin zijn we getuige van de komst van Poolse gastarbeiders, de Tweede Wereldoorlog, de wederopbouw en ten slotte de ontdekking van de gasbel in Groningen. Constanten in deze wervelwind aan gebeurtenissen zijn de Limburgse kameraadschap en gezelligheid.

foto: Annemieke van der Togt
De gelijkenis tussen Het geluk van Limburg en het eerder genoemde Billy Elliot is het grootst als we de mijnwerkers – die op dat moment al echte vrienden van ons zijn geworden – de lift nemen naar beneden, naar de duistere onheilspellende en vooral stoffige ondergrondse gangen. In Het geluk van Limburg zien we onder begeleiding van de beangstigende geluiden van de dalende lift de geplaagde blikken met behulp van livebeelden in close-up. In Billy Elliot zien we alleen de silhouetten van de mijnwerkers terwijl zij het ontroerende Once we were kings zingen. De scène in Billy Elliot maakt de meeste indruk van de twee.
Hoe dan? Billy Elliot vertelt de feitelijke geschiedenis door de ogen van een elfjarige jongen die van zijn vader op boksles moet maar eigenlijk ballet wil leren dansen. Dat is zijn enige wens, de rest is ondergeschikt, dus ook de mijnen. Het geluk van Limburg wil juist het hele verhaal vertellen en doet dat dan ook. En lijkt zo min mogelijk te willen overslaan. Natuurlijk, de musical is vooral gemaakt om Limburgers hun eigen monument te schenken. Zij hebben allemaal wel een familielid met gelijksoortige herinneringen en vinden het fijn deze in een of andere vorm terug te zien.
Het nadeel is dan wel dat de musical nogal episodisch wordt: hoofdstuk volgt op hoofdstuk. In een noodvaart, omdat de voorstelling nu eenmaal twee uur duurt. De episodes worden alleen aan elkaar geregen door die losse lijn van Huub en Sjefke, maar dat is niet voldoende. Bovendien prikkelen de scènes vooral in de eerste akte niet echt. Als Magtel de Laat in haar rol als echtgenote van Huub te kennen wil geven dat ze meer wil dan strijken en koken, voedt het script haar met niet veel meer dan teksten vol obligate argumenten. En wanneer Buddy Vedder als de fabrieksdirecteur de arbeidsvoorwaarden wil versoberen, is hij alleen maar ‘gemeen’.
Er komt pas schot in de zaak met een echt schot. Een schot in de tweede akte als de Tweede Wereldoorlog is begonnen en een meedogenloze naziofficier een nodeloos slachtoffer maakt. De schok is groot, we kijken dan niet meer vanaf onze tribune naar de personages, nu zijn we betrokken. Maar kijken we eigenlijk naar een oorlogsverhaal in plaats van de geschiedenis van de Limburgse mijnen. Misschien had Het geluk van Limburg in deze episodische opzet echt raak geschoten als twaalfdelige televisieserie.

foto: Roy Beusker
In ieder geval begint de musical vanaf dat moment enigszins te ronken. Jammer dat van ons behoorlijk wat geduld wordt gevraagd, want Het geluk van Limburg heeft voldoende prachtige elementen. Het decor is groots en meeslepend, ook al krijgen we door dat grasveld over de hele breedte een déjà vu van Dagboek van een herdershond, een eerder succes van regisseur Servé Hermans. Ook de acteurs zijn in topvorm. Emil Szarkovicz speelt een innemende kameraad van Huub, Buddy Vedder benut als de harde fabrieksdirecteur in de tweede akte mooie kansen om een gladjanus neer te zetten die zich succesvol in allerlei bochten wringt om maar te overleven. Ook Magtel de Laat heeft een mooie tweede akte als strijdbare ‘vrouw-van’ op weg naar haar empowerment.