Pippin in het Southwark Playhouse in Londen

Artikel: Recensie
Voorstelling: Reguliere voorstelling
Datum: 03-03-2018
Theater: Southwark Playhouse
Lokatie: Londen
Website: https://southwarkplayhouse.co.uk/show/pippin
Auteur: LondonMark

Afgelopen week ging in het Southwark Playhouse in Londen Pippin in première, een productie die vorig jaar in Manchester tot wasdom kwam. Onze Mark zag de show dit weekend en kwam met gemengde gevoelens het theater uit.

Pippin vertelt het verhaal van de jongvolwassen prins Pippin, zoon van Karel de Grote. Net afgestudeerd en klaar om de wereld te veroveren, gaat hij op zoek naar manieren om zijn “corner of the sky” te vinden. Op het levenspad richting vervulling verkent Pippin zijn geluk in diverse extreme richtingen. Zo strijdt Pippin in het leger van zijn vader, experimenteert hij met lust, komt hij in revolte tegen zijn vader en heeft hij enige tijd een gezapig leven op de boerderij met een weduwe en naar zoon. Niets lijkt hem echter voldoening te geven en onrustig zoekt hij verder naar een zinvol doch buitengewoon bestaan.

Pippin wordt in zijn zoektocht naar betekenis begeleid door een ensemble van artiesten, onder leiding van de Leading Player die het publiek tevens door het verhaal leidt.  Aanvankelijk lijken zij een onschuldige rol te vervullen en Pippin louter te willen helpen verder te komen in zijn leven. Maar schijn bedriegt en zij blijken feitelijk de duivel op de schouder van Pippin te zijn, die heel wat anders met hem voor hebben. Pippin is kwetsbaar, wanhopig en ontvankelijk voor manipulatie. Dat is aan de Leading Player wel besteed en zo wordt Pippin uiteindelijk een ultieme manier voor gehouden om tot een bijzondere climax in zijn leven te komen, een finale die voor hem en het publiek onvergetelijk zal zijn….

Pippin in het Southwark is een kleine productie. Veel, heel veel is anders dan in de Broadway versie die twee jaar geleden ook theater Carré in vervoering bracht. Dit keer geen groots spektakel vol magie, met indrukwekkende acrobatiek, strakke (Fosse) dans en veel humor, dat het publiek in Carre niet alleen visueel betoverde maar tegelijkertijd zo treffend het contrast liet zien tussen de extreme opsmuk die Pippin opzoekt en de gewone zaken in het leven waar het uiteindelijk echt om draait. En daarmee dus ook zonder de magie die in de grote productie de broodnodige verlichting bracht in een op zich heftig verhaal over de sombere struggle van een jong volwassene, depressief op weg naar een eigen plek op deze aardbol. En uiteraard werd met de magie ook invulling gegeven aan de belofte “We’ve got magic to do”, al had het gezelschap voor Pippin en het publiek uiteindelijk een gitzwarte invulling van ‘Magic’ voor ogen. 

De grote Pippin productie was ondanks het spektakel onder aan de streep in balans; Er stond een voorstelling die van A tot Z klopte en de geïnteresseerde bezoeker uitdaagde de diepere lagen van de voorstelling te ontdekken zonder deze overduidelijk kenbaar te maken.
De huidige kleine productie in het Southwark mist die balans helaas en laat weinig aan de verbeelding over. Zowel alle extremen, die het grote contrast tussen de zoektocht naar groots geluk en tevreden zijn met kleine zaken in het leven in de Broadway versie zo duidelijk maakten, als de symboliek en ook de subtiliteit en nuances waarmee Pippin door de Leading Player en het gezelschap wordt gemanipuleerd, zijn ver te zoeken in de versie van het Southwark. Daar is ongetwijfeld over nagedacht, maar het doet afbreuk aan de kracht van de voorstelling.

Natuurlijk biedt het Southwark niet dezelfde mogelijkheden als een grote zaal, net zo goed als dat budgettair weinig mogelijk geweest zal zijn. Maar dat je met een kleine cast, een beperkt decor en weinig toeters en bellen een grote productie ook fantastisch kunt neerzetten, wordt in Londen regelmatig bewezen. Wie recent bijvoorbeeld Titanic zag in het Southwark/Charing Cross, zal dit kunnen beamen. Dat heeft ook met de kwaliteit van de cast en regiekeuzes te maken.

Om met de regiekeuzes te beginnen, een aantal is er in deze Pippin maar moeilijk te begrijpen. Zo is gekozen voor een Leading Player (Genevieve Nicole) die in haar spel niet sluw verleidt – iedere chemie met Pippin (Jonathan Carlson) ontbreekt overigens - maar een tamelijk agressieve uitstraling heeft en te vaak ook ‘te’ acteert. Gelaatsuitdrukkingen die in een oorlog op een slagveld niet zouden misstaan, duivelse geluiden in reactie op Pippin, in spel is het allemaal weinig fijntjes. Als Pippin uiteindelijk niet het door haar uitverkozen pad kiest, staat ze zelfs een potje hysterisch te huilen. Less is more was hier beter op zijn plaats geweest. Iedere subtiliteit ontbreekt en in dat kader is het ook niet duidelijk waarom het passender kostuum van de Manchester run plaats heeft moeten maken voor het huidige outfit inclusief afschuwelijke pruik.

Dan de keuze om Pippin de weduwe, Catherine, tijdens haar solo van achteren te benaderen en te willen wurgen. Wat hier wordt beoogd, grappig bedoeld of niet, is totaal niet helder en de scene wordt bovendien ondermaats geacteerd.

Het dieptepunt is echter de wijze waarop oma Berthe (Mairi Barclay, die ook Fastrada speelt) wordt neergezet. Berthe is niet de warme, wijze, pure oma die Pippin raad geeft en waarvan iedereen in Carre is gaan houden. Berthe is in het Southwark een schreeuwlelijk die haar kleinzoon quasi grappig ‘Fiffin’ noemt en als een bezeten gebochelde op en neer loopt en tekeer gaat, een enkele ongepaste opmerking het publiek in gooiend. Wellicht is dit een you either love or hate it-vertolking - sommigen in het publiek konden het duidelijk wel waarderen – maar met de weergaloze Adrienne Barbeau nog vers in de herinnering zien we hier vooral een hinderlijke karikatuur, die louter op de zenuwen werkt. Het heeft er alle schijn van dat men ervoor gekozen heeft het gemis aan circus en magie in Berthe’s solo te willen compenseren door overacting, waarmee ‘No time at all” van iedere klasse ontdaan wordt.

Is het qua spel dus ook regelmatig behelpen, qua dans is het in deze Pippin helaas ook niet best. Hoewel enkele ensembleleden het niveau op enkele momenten omhoog weten te trekken, is er van een hoop majestueuze Fosse moves (zoals het middenstuk in ‘Glory’) weinig overgebleven. En Fastrada? Het was beter geweest in ieder geval een actrice te casten die kan dansen. De dans in ‘Spread a little Sunshine’ is al gereduceerd tot eenvoudig, maar blijkbaar toch nog niet simpel genoeg om Mairi Barclay niet te doen vallen.…

Hangen er dan alleen maar donkere wolken boven het Southwark, of zijn er ook lichtpunten? Jazeker!
De zang is over het algemeen dik in orde en het ensemble laat regelmatig vocaal vuurwerk horen.
Jonathan Carlson zingt als Pippin zijn score gemakkelijk weg. Ook Genevieve Nicole doet vocaal als Leading Player een zeer behoorlijke duit in het spreekwoordelijke zakje, al is het soms wel erg hard. Muzikaal is her en der sprake van aangepaste arrangementen en dat werkt op een aantal momenten buitengewoon goed.
Qua spel valt Bradley Judge op; als Lewis is hij een van de weinige acteurs die echt grappig is, al komt Rhidian Marc als Charlemagne ook een aardig eind.

Gelukkig weet de ontknoping van de show ondanks de wat moeizame weg ernaar toe ook in deze versie van Pippin wel degelijk te raken, met een eindscene die creatief en sterk is. Maar overall is deze productie kwalitatief mijlenver verwijderd van de briljante productie die velen nog zo helder op het netvlies staat van de tour die Nederland aandeed. Dat komt absoluut niet per se door de kleinere uitvoering; wel door de regiekeuzes, het matige acteren en dansen en het gebrek aan ontluikende gelaagdheid die deze voorstelling doorgaans tot een parel maakt.



Fotos

(foto's zijn te vergroten door ze aan te klikken)