Toen de voorstelling werd geschreven en opgevoerd, in 2019, was de associatie tussen titel en onderwerp volkomen duidelijk. Wind of Change, Over de Muur, The Wall Came Tumbling Down waren met grote regelmaat te horen in het jaar dat het dertig jaar geleden was dat de muur viel. In zeven jaar is best veel veranderd, en niet alleen dat je toen nog gratis kon parkeren voor het theater. Met alle geopolitieke ontwikkelingen is het optimisme van toen al wat getemperd en in veel landen oppressie toegenomen. Het stuk voelt weer actuele dan ooit.

Als de voorstelling begint zien we dat, in West-Berlijn, een oudere trieste man bezoek krijgt van een jonge journaliste. De man is huiverig, wantrouwend, zeker als ze zijn verhaal over het leven achter de muur wil horen, zijn naam kent, Arend, en de naam van zijn broer, Klaus. Een broer die hij in eerste instantie ontkent. Is zij van de Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst. Ze beweert dat zijn verhaal zal helpen de mensen aan de andere kant te bevrijden, en dringt nogal aan. Hij vertelt zijn verhaal, dat wij als publiek te zien krijgen. Af en toe wordt teruggeschakeld naar de oudere versie van Arend en de journaliste, want ergens lijkt deze Helena een dubbele agenda te hebben.

We zien Arend en zijn broer Klaus bij de kennismaking van de studentenvereniging van de Humboldt Universiteit. Lenard springt daar meteen in het oog, door deze eerstejaars (schachten) af te snauwen. Logisch dat ze denken dat hij de praeses is, maar dat blijkt hij niet te zijn. Dat is Johanna, die een stuk socialer in het leven staat. Johanna is wel de vriendin van Lenard. Het studentenritueel is dan ook een stuk minder agressief als dat wat we kennen uit Soldaat van Oranje (waardoor ik de hele voorstelling lang ook geen sympathie meer voor die praeses kan opbrengen). Ze moeten een (al dan niet twee weken oude) vis kussen. (Ja, ook hier schieten de gedachten even naar een andere musical; in Come From Away is het een iconische scène). Het stuk voelt overigens nooit als een kopie, of een samenraapsel. De studentenvereniging is een plaats van studie en ontspanning, maar de politiek blijft niet lang buiten de deur. Het is Lenard die propagandaposters ophangt. Uit opportunisme, je kunt maar beter bij de sterke partij horen, zeker als je gesteld bent op macht. Hij trekt zelfs het uniform aan van de partij, waar hij status heeft verworven door zijn eigen ouders aan te geven.

Dat Arend Johanna nogal leuk vindt bevalt hem allerminst. Als Arend een late avond bij Johanna doorbrengt, weet hij dit dankzij zijn netwerk onmiddellijk, en haalt hij verhaal, met geweld en dreigementen richting hem, zijn familie en Johanna. Die familie bestaat uit zijn broer Klaus, de jongere tweeling Max en Lisa, 13 jaar (en in deze cast nog niet in de groeistuip), dus vooral ontwapenend en schattig) en hun moeder. Vader is met een nieuwe vriendin naar het westen gevlucht, heeft de mogelijkheid ook de kinderen daarheen te halen. Maar zij willen hun moeder niet alleen achterlaten, en de oudere broers nemen het hun vader ook kwalijk dat hij hun moeder in de steek liet.

Klaus ondertussen krijgt een relatie met Emily. Haar moeder wilde met haar naar het westen vluchten, maar zij krijgt te horen dat zij niet kon wachten. Ze is van vier hoog uit een raam op de grens gesprongen, en overleefde dit niet. (Deze gebeurtenis is authentiek, evenals het vervolgbevel om alle ramen op de grens dicht te metselen. Het is niet de enige authentieke gebeurtenis die, weliswaar in een andere context, in deze voorstelling wordt gebruikt.) Het maakt Klaus en Emily activistisch en samen met Johanna degene die vol voor studentenprotest willen gaan. Na de ‘aanvaring’ met Lenard staat Arend dus voor de onmogelijke keuze: Johanna verlaten en zich koest houden om zijn familie te beschermen? Maar daarmee komt hij lijnrecht tegenover zijn broer te staan….

Het bronmateriaal van November ’89 bevatte al veel sterke elementen, Een aantal prachtige songs gecomponeerd door Sam Verhoeven, met ijzersterke teksten van Wanne Synnave. Het script, ook van Synnave, lijkt wel wat onder handen genomen, en komt er nu nog wat beter uit de verf. Er zijn grote overeenkomsten tussen de oude Arend en de jonge: je leeft met Arend mee in de onmogelijke situatie, waarin hij terecht komt. Net als je elke beslissing vanuit de karakters kunt begrijpen. Enige wat onbegrijpelijk voelt is waarom Johanna ooit wat met Lenard is begonnen, daar hij van begin tot het eind de onsympathieke antagonist van het stuk is, in tegenstelling tot de open Johanna, wat misschien toch nog wat uitleg had verdiend, maar tegelijkertijd snap je ook dat het stuk daarmee weer wat te lang wordt, net als deze zin.
Bij een voorstelling van The Singing Factory verwacht je dat veel zaken dik in orde zijn, en bij deze voorstelling komen deze opnieuw uit. De samenzang is wederom fantastisch, en de cast in de belangrijke rollen is om een ringetje te halen.

Professional Jan Schepens is prachtig als de oude Arend, terwijl Deborah de Ridder je hart verovert met haar songs uit moederliefde. Wat had je graag met haar mee gehoopt dat de ellende wel snel over zou gaan. Lucas Geldof is een bekend gezicht bij TSF, en schittert opnieuw in de rol van Arend. Ella van Dalfsen is als Johanna die spontane, intelligente meid, waarvan je snapt dat de jongens haar leuk vinden. William de Winter zet een prachtige, impulsieve Klaus neer, en dat je Lenard het liefst zijn nek om zou willen draaien is natuurlijk de verdienste van Sebe Buermans, die de rol speelt. Ook Emily, Max en Lisa worden fraai gespeeld.

Het decor met draaischijf zorgt voor soepele overgangen, maar neemt in de diepte ook een hoop ruimte in. Het gevolg is dat grotere ensemblenummers wel erg weinig ruimte hebben, en zo soms wat rommelig ogen. De troosteloosheid van Oost-Duitsland wordt er wel prima door weerspiegeld.

Het lastigste bij een voorstelling als deze is de vraag, of ik er een sterrenwaardering aan moet hangen. Ik doe dit bij amateurvoorstellingen nooit, en het overgrote deel wat hier op het podium staat is amateur, dus staan ze niet boven dit stuk. Gevolg van wat grotere ensembles als deze is dat er ook mensen tussen zitten die wel leuk meedoen, maar waar enthousiasme het wint van ‘professionele kwaliteit’. Waar je kunt zien dat ze nog heel bewust met hun danspasje bezig zijn bijvoorbeeld. Als je daar je ogen voor sluit, of minder waarde aan hecht, is dit gewoon een voorstelling die vier professionele sterren verdient: ⭐⭐⭐⭐

Eerder werd Magdalena, een van de beste stukken van The Singing Factory hernomen. Die heb ik helaas moeten missen. Gelukkig heb ik wel deze nieuwe November ’89 kunnen zien. Dat kan nog tot en met 26 april, waarbij een aantal voorstelling al nagenoeg vol zitten. Gelukkig zijn er een aantal toegevoegd. Wel nog een waarschuwing: er is in de voorstelling wel sprake van wat grof taalgebruik.
