Zeven Tinten Vaarwel betekent voor Cheyenne Groeneveld, Lars van den Bosch, Marleen Bakker, Maud Bruineberg, Quinten de Baets Rick Verbraak en Tessa van Bergen het afscheid van de Frank Sanders Akademie voor musical- en muziektheater. In de Kleine Komedie in Amsterdam laten ze allen hun eigen kleur zien. Dat zien en horen we vooral in de monologen en solonummers, waar de groepsnummers weer de samenwerking tonen.
De voorstelling begint met een eigen tekst op Sondheim’s Putting It Together, waarbij ook de eisen aan deze eindvoorstelling aan bod komen, en dat het kunstthema van het origineel (uit Sunday in the Park with George) ook deels behoudt. De monologen gaan alle kanten op: waar de een vertelt over dat ze nooit heeft geloofd in de eenzaamheid van het vuurvliegje uit een kinderboek van vroeger, en kritiek heeft op de meegeleverde lichtjes en muziek, vertelt een ander over hoe het zich 13.000 in een dozijn voelen, en het spiegelen van anderen nodig heeft om zich aanwezig te voelen. De meest treffende openingszin van een andere monoloog is ongetwijfeld “ik sla vrouwen voor mijn beroep”, waarbij de context al snel duidelijk wordt als ze haar handen inzwachtelt. Een telefoongesprek met zijn moeder van een jongen wiens vriend net is vertrokken, en die na de pauze verder gaat, speelt goed met de emoties van het publiek. Waar je in eerste instantie met hem meeleeft, en hij slachtoffer lijkt, wordt dat anders als er meer aan de hand is, en hij zijn moeder steeds meer begint te verwijten, en dat zijn hechtingsproblematiek te maken heeft met haar jaren zeventig achtergrond. Een zeer grappig geheel. Waar de voorstelling begint met een serie donkere stoelen, haalt ieder bij zijn monoloog er een eigen kleur stoel bij. Dat de laatste de hare niet kan vinden, om vervolgens uit de nok naar beneden te komen is een leuke grap.

De dansnummers, steeds met een andere lead, gaan ook alle kanten op. Van de cartooneske bewegingen in Shrek’s What’s up Duloc tot de sensuele Spaanse moves in Raise the Roof (Lippa’s The Wild Party). Van het klassieke Anything Goes tot erg recente songs als Miranda Girl (The Devil Wears Prada) en Put Your Mind To It (Back to the Future).
Met de solonummers laten ze bijna allemaal een kwetsbare kant zien, en vaak met songs waarvan je dacht dat je ze nooit meer zou horen. Het Heelal van jouw Hart uit Turks Fruit, of Tussen vier muren uit De Mol en De Paradijsvogel, twee fraaie oorspronkelijke Nederlandse musicals bijvoorbeeld. Ze krijgen prachtige uitvoeringen. Shows die hier nooit te zien waren als Finding Neverland, Circles of The Mad Ones zijn de bron voor songs die toch wel ergens iets bekends hebben. En voor het gros van het publiek zal Ik mis de bergen uit Next to Normal zeker niet een song zijn die hij de afgelopen weken twee keer is tegengekomen. Een tweede nummer uit The Wild Party maakt de lijst van solonummers compleet. Het is leuk om te zien dat ieder toch weer zijn eigen stemgeluid heeft, en dat er veel warmte te horen is. Soms klinkt het nog wel een beetje ongepolijst, maar niet zonder daar ook meteen een emotie bij te voelen.
Wat grappig is is dat deze voorstelling een mooi bewijs is hoeveel invloed livemuziek kan hebben. Frans Heemskerk begeleidt de solisten en die nummers stralen mede door zijn bijdrage. Bij de groepssongs zijn meer instrumenten nodig en worden geluidsbanden gebruikt, en dat betekent meteen dat de dames en heren op het podium harder moeten werken.

Als de voorstelling ten einde komt, zien we dat al die eigen kleuren samen weer een mooi geheel vormen: een regenboog. Eentje die als geheel nu uiteenvalt. Maar dus niet zonder een heel fijne afscheidsvoorstelling
