Hoewel oogstrelend zeker van toepassing is op deze nieuwe Nederlandse versie van een ruim honderd jaar oude Tsjechische opera, is de bijbehorende thematiek en verhaallijn niet voor de allerkleinsten weggelegd. Het stuk gaat over de relatietussen mens en dier, en de kringloop van het leven, inclusief dood (en voortplanting).

Een slapende boswachter, en een hoop verschillende dieren, in kostuums waarvan de ene nog mooier is dan de andere, en natuurgetrouw bewegend. Het is een wonderschoon begin van een simpel verhaal. De boswachter vangt het vosje, en neemt het mee naar huis. Daar wordt het net zo behandeld als de sombere hond. Als de vos ontsnapt en een haan en een reeks kippen dood, wil de boswachter de vos afschieten. Net als een stel stropers trouwens. Het vosje ontmoet een mannetjesvos, en zorgt voor een enorme schare nageslacht, voordat ze toch wordt doodgeschoten. Door dit verhaal zien we ook een aantal mensen, die in het bos bier drinken, en mijmeren. Vooral over de ongrijpbare Terlynka. De dood van het vosje zorgt hier voor ontwikkelingen.

De voorstelling wordt in het Nederlands gezongen. Soms heel verstaanbaar, soms is de boventiteling (in het Nederlands en het Engels) welkom. Lastig is dat de tekst iets lijkt voor te lopen, waardoor je na wat minder verstaanbare stukken geneigd bent alvast naar de (aankomende) tekst te kijken. Terwijl op het podium juist zoveel moois gebeurt.

Zoals vosje Laetitia Gerards, die prachtig beweegt en een schitterende stem heeft. Of de wonderlijke mannen-onder-elkaar onderonsjes. Of het fraaie decor dat uit de lucht komt zetten, bestaand uit een bos dorre bomen. Met licht wordt hier dan weer elke keer een andere sfeer gecreëerd. Of de eindeloze stroom aan kindervosjes, waarvan het vosje niet meer weet hoe veel het er zijn. Haar schatting van 10 is in ieder geval behoorlijk aan de lage kant. Verrassend is de een hoge vrouwenstem van de mannetjesvos Goudhaartje, gespeeld door mezzosopraan Polly Leech. Mooiste scène is die tussen het vosje en de kippen, inclusief hun hilarische entree. Hoe het vosje de kippen opstookt tegen de man, en hem vervolgens in de luren legt. Het is een van de eigentijdse elementen die schrijver Jibbe Willems (onder andere Door het Stof, Cyrano, Blote Konten) aan het stuk heeft toegevoegd. Eigentijdse grapjes, zoals “En dat in deze markt” als vosje aan de Goudhaartje vertelt dat het huis voor niets op de kop heeft getikt. Dat de pastoor moest verhuizen dankzij iets met een slagersjongen zal waarschijnlijk evenmin in het bronmateriaal hebben gezeten.

Zo is de voorstelling een puur genot voor alle zintuigen, en vliegen de 105 minuten voorbij. Bij het slotapplaus zien we de mensfiguren met het hoofd van de dieren in hun hand, zodat nog eens duidelijk hun veelzijdigheid wordt getoond. Wie niet door het woord opera wordt afgeschrikt, moet dit “Het Sluwe Vosje” zeker gaan zien.
Foto"s: Marco Borggreve