Dit weekend laat Phoenix Vocals weer van zich horen met een boeiende nieuwe voorstelling. In een verhaal met een dit jaar in eerste instantie vrij sombere rode draad zijn songs uit allerlei genres verwerkt, waarin musical ook een groot aandeel heeft. Echte solonummers zijn er niet; een solobijdrage is doorgaans één of enkele zinnen, om vervolgens het stokje over te dragen aan of een groep of een andere zanger(es). In het programmaboekje – wat blijft het toch fijn als deze er zijn – staat bij het gros van de songs ook simpelweg ensemble, en de kortste opsomming van namen bedraagt zes. In totaal zingen er 29 mensen mee; een telling die ik overigens niet op het podium heb gedaan, maar vanaf papier.

In Afterlight beginnen we diep onder de grond. 200 jaar geleden werd de aarde onbewoonbaar. Maar de voorraden dreigen op te raken, en de sfeer onder de grond is onrustig. Waar een deel kiest voor het vertrouwde, wil een ander deel op ontdekkingstocht: ze graven een weg naar buiten. In de tweede akte is de hele groep buiten, in een nieuwe en onbekende werkelijkheid. De eerdere spanningen laaien hier opnieuw op, al is het in een iets andere context. Hoewel er her en der met namen wordt gestrooid is en er zeker wat spelscènes zijn, is het geheel vooral een opeenvolging van situatieschetsen, in plaats van een verhaal waarbij personages worden gevolgd. Dat past natuurlijk beter bij het concept. Want op basis van wat we te horen krijgen, en in meer dan een enkel geval omdat ik het elders al heb ervaren, zijn er genoeg spelers/zangers die zo’n rol prima kunnen dragen.

Ik noemde Eleanor Rigby al in de inleiding als een prachtig hoogtepunt. Het zit midden in de tweede akte, waar een aantal bekendere songs voorbij komen, waarvan ook enkele in het Nederlands. Het bekende Beatles-nummer heeft een schitterend koorarrangement, maar ook de overgangen van groots en bombastisch naar klein zijn prachtig. Door de wind begint bijvoorbeeld weer heel klein. Ook een qua genre enorm contrasterende overgang zoals die van het theatrale musicalnummer ‘Er valt een zwarte schaduw’ naar de dance-song Titanium is prachtig. Muzikaal leider Richard FitzHugh heeft dit schitterend gedaan. Jammer genoeg was de man te druk om ook nog een encore te maken. Of ….?????

Voor veel (musical)concerten krijg je mijn handen niet op elkaar. Het repertoire is vaak nogal uitgekauwd, met een overdaad aan belegen ‘klassiekers’ en vaak ook nog een paar popmedleys dankzij de vele jukeboxmusicals die we inmiddels kennen. Deze voorstelling laat vooral veel onbekende songs horen, die doorgaans ook goed in het verhaal passen. Zo goed zelfs, dat daar waar het wat minder is, ik dat meteen jammer vind. Er zijn zelfs songs waarvan ik denk dat ik ze nog nooit heb gehoord, zoals Wasteland (uit “Arcane League of Legends”) en zeker ook Helvegen: verontrustend qua sound en bloedmooi. Het contrast met het songfestivalnummer “What the hell just happened” kan bijna niet groter, maar de opening van de tweede akte knalt van het podium.

Dat Fitzhugh kennelijk net zo’n fan van Jim Steinman is als ik, is ook fijn om te horen. Het beste nummer uit het repertoire van Bonnie Tyler, “Holding out for a hero” krijgt een plaats, net als de baluitnodiging uit Tanz der Vampire (uitgevoerd in het Engels). Andere musicalsongs herkennen we onder andere van “The Greatest Showman”, “Hercules”, “Working”, “Children of Eden” en “Pippin”. Er valt zelfs een vleugje “Into the woods” te bespeuren.

Ondanks het qua thematiek misschien wat sombere begin van de voorstelling is deze avond puur genieten. Sterke zang, mooie beweging (soms moeten de danspassen ook wel echt gelijk anders past het niet) en het orkest is eveneens uitstekend. De aankleding is passend, en de verandering in projecties goed gedoseerd. Het is dus simpelweg een topavond. Zondag 21 juni is de laatste kans dit zelf te ontdekken.